| Afbeelding/foto |
 |



|
15-06-2007 - Identiteit en imago Onder de identiteit van een organisatie wordt verstaan wat zij werkelijk is. Daartoe behoren alle uiterlijke en innerlijke kenmerken. Veel organisaties zijn niet tevreden met hun identiteit en streven naar een andere, gewenste identiteit. Dat doen ze door middel van een corporate identity-programma.
Het imago is het beeld dat van onze organisatie bij de buitenwacht bestaat. Dat wordt onder andere beïnvloed door het optreden en de presentatie van die organisatie. Het beeld dat onze publieksgroepen van ons hebben wordt in hoge mate bepaald door emoties, meningen en indrukken. Organisaties kunnen een gewenst imago nastreven, eveneens door middel van een corporate identity-programma.
Optimaal, maar nauwelijks bereikbaar is de situatie waarin identiteit en imago samenvallen.
Je kunt op een eenvoudige en aantrekkelijke manier een globale indruk van identiteit en imago krijgen, door aan vertegenwoordigers van relevante publieksgroepen te vragen uw organisatie te beschrijven als ware zij een mens. Als uw gewenste identiteit een dertigjarige alleenwonende man met een modaal inkomen, een huurwoning, vaste baan en kleine tweedehands auto is die gewoonlijk thuis stampot eet, terwijl u het imago blijkt te torsen van een vijftigjarige overspelige echtgenoot, in een kast van een huis, etend in dure restaurants en met een snelle auto, ja dan hebt u een imagoprobleem.
Gepost door: ekennaj op 15-06-2007 om 17:01
|
|
14-06-2007 - Gebruik van internetbronnen
Studenten maken steeds meer gebruik van internetbronnen. Dit is toegestaan, mits aan een aantal spelregels is voldaan.
- Maak kritisch gebruik van deze bronnen. Niet iedere bron die bij een zoekactie verschijnt, is geschikt. Net zoals van gedrukte bronnen mag u van internetbronnen slechts gebruik maken indien ze een wetenschappelijke status hebben.
- Zoals bij alle geraadpleegde bronnen moet ook bij gebruik van een internetbron de vindplaats in een voetnoot vermeld worden. Houdt er rekening mee dat internetpagina’s vaak tussentijds worden gewijzigd en daardoor niet meer traceerbaar zijn. Vermijd daarom verwijzing naar URL’s, wanneer bronnen ook in druk beschikbaar zijn.
- U dient de gebruikte internetbronnen behalve digitaal ook in papieren vorm aan te leveren. Dit dient om te voorkomen dat een door u gebruikte bron niet meer traceerbaar is.
Het internet is een gigantische verzameling van meestal ongeordende informatie en is niet ontworpen om systematisch naar informatie over een specifiek onderwerp te zoeken. Dat wil overigens niet zeggen dat met behulp van ‘Google’ of andere zoekmachines geen relevante informatie over het scriptieonderwerp gevonden zou kunnen worden. Maar let op: de kans op ruis, dus ongeschikte informatie, is echter zeer groot. Toch kan ook op internet systematisch gezocht worden. In de Juridische Internetgids 2002 wordt hieraan overzichtelijk aandacht besteed. Een andere manier om effectiever te zoeken op internet is door gebruik te maken van portaalsites. Deze brengen informatie over een onderwerp bij elkaar.
Voorbeelden van juridische portaalsites
Bij het schrijven van een wetenschappelijke scriptie is het van het grootste belang dat gebruik wordt gemaakt van betrouwbare informatie. Het ‘ouderwetse’ publicatieproces in boekvorm of via wetenschappelijke tijdschriften biedt de gebruiker waarborgen voor kwaliteit. Een artikel voor een tijdschrift bijvoorbeeld doorloopt een proces van beoordeling voordat het wordt geaccepteerd. Deskundigen beoordelen het aangeboden materiaal en publiceren alleen als het aan bepaalde (wetenschappelijke) criteria voldoet. Waarborgen voor de kwaliteit van informatie op internet zijn moeilijker te verkrijgen gezien de afwezigheid van drempels om op internet informatie te zetten: iedereen mag dat. Aan het plaatsen van informatie op internet worden geen kwaliteitscriteria gesteld. Er staat dus van alles op: waar/onwaar, verouderd/up-to-date, kleuterniveau/wetenschappelijk niveau. Toch zijn er wel tips te geven voor het beoordelen van informatie op internet:
- De ‘juridische internetgids 2002’ (http://www.lns.nl/lns/doc/internetgids.pdf) geeft in paragraaf 7 enige tips om een evaluatie te maken van herkomst, actualiteit, volledigheid en betrouwbaarheid van informatie op het internet.
- Op eerder genoemde portaalsites is over het algemeen ook de kwaliteit van de aangeboden informatie beoordeeld voordat deze geplaatst wordt.
Gepost door: ekennaj op 14-06-2007 om 22:27
Klik hier om de 1 reactie(s) te bekijken.
|
|
14-06-2007 - Tips informatie zoeken op het net
Betrouwbaarheid van een internetbron
Wat is echt, wat is nep op internet? Tips om informatie te onderzoeken op herkomst en geloofwaardigheid.
Een van de belangrijkste verworvenheden van het net is dat iedereen met een computer wereldwijd kan publiceren. Iets wat in de 'papieren wereld' alleen is weggelegd voor kapitaalkrachtige ondernemingen.
Maar hoe zit het met de betrouwbaarheid van de informatie als er geen redacties, uitgevers, journalisten en andere poortwachters meer tussen zender en ontvanger zitten?
Algemeen de site de tekst zelf zoekstrategie checklist
Algemeen
- Internet is meestal geen bron, het is op z'n best een secundaire bron.
- Ga nooit af op maar één bron. Verifieer zoveel mogelijk feiten aan de hand van andere bronnen.
- Gebruik je gezonde verstand: klopt de informatie met wat je elders ook tegenkomt, worden er bronnen genoemd die je ergens anders ook tegenkomt, wordt er verwezen naar boeken, kranten, universiteiten, organisaties?
- Als het een onwaarschijnlijk verhaal is: ga er maar van uit dat het niet waar is. Bekijk de collectie onzin maar eens op de Urban Legends Reference Pages. Of in Nederland: de Broodje Aap-site, verhalen over sex, dood, griezel en meer. www.broodjeaap.nl
De site
- Afgezien van ooggetuigenverslagen en andere mededelingen van direct betrokkenen is informatie doorgaans betrouwbaarder wanneer het afkomstig is van een grotere organisatie.
- Probeer er achter te komen van wie de domeinnaam is. Kijk na op wiens naam het domein is geregistreerd bij de locale NIC's zoals de Stichting Internet Domeinregistratie. Voor .com, net, edu, biz, info (en meer) controleren bij Internic. Andere domeinen: kijk op de Noorse webpagina van Norid.
- Probeer op de site te achterhalen wie er achter de site zit, en waarom. (kijk naar Over ons, About us, in de Help-afdeling, of ergens onder aan de voorpagina)
- Niet alle informatie op de site van een bedrijf of universiteit heeft het goedgekeurd-stempel van de organisatie. Let op adressen waar een ~ (tilde) in voorkomt, of informatie die staat op adressen met de woorden members of users. Het gaat dan meestal om particuliere pagina's. Deze informatie kan evengoed betrouwbaar zijn, maar mag niet worden toegeschreven aan universiteit of organisatie.
- Is de informatie ondertekend met een naam of een e-mailadres? Informatie die van niemand is kan je niet zonder meer vertrouwen.
- Biedt de auteur of de site links naar doorgaans betrouwbare bronnen buiten de eigen site die de informatie bevestigen?
- Geeft de auteur informatie over zichzelf?
Op tekstniveau
- Is het een tekst die bedoeld lijkt om informatie over te dragen of is het een tekst die vooral emotie overbrengt?
- Is de informatie logisch, klinkt het plausibel, worden er redenen genoemd waarom de informatie correct zou zijn?
- Levert de tekst ondersteunend bewijs?
- Is de informatie op een of andere manier ook terug te vinden in andere, bij voorkeur gedrukte, bronnen?
Internet zoekstrategie
- Probeer zoveel mogelijk het netwerk om een tekst (personen, feiten, datums, omstandigheden) in kaart te brengen.
- Onderneem een zoektocht bij een grote zoekrobot waar je een zoekvraag goed kan inperken met Booleaanse query's.
- Zoek bij AltaVista (Advanced option) naar links naar de te onderzoeken webpagina (link:http://www.debewustepagina.com)
- Neem (een deel van een) belangrijke zin en plak 'm in een zoekrobot (exact phrase) om te kijken of de essentie van de tekst elders geciteerd is.
- Kijk bij de nieuwsgroepen-zoekmachine van Google Groups of er over de kwestie is geschreven, controleer ook de voorkomende persoonsnamen.
* Ik heb wat vraagtekens bij bepaalde punten van deze schrijver.
Zo zegt hij of zei hier dat informatie doorgaans betrouwbaarder is wanneer het afkomstig is van een grotere organisatie. Maar hoe willen ze dat onderbouwen. Want zoals het hier vermeld staat onderbouwd het niets. Door dit punt weet ik nog steeds niet waarom ik de informatie van de grotere organisaties zou moeten vertrouwen. Wat is de rede hiervoor, ik kan natuurlijk zelf wel gokken op het imago verhaal, maar een lezer die dit niet weet is het een onduidelijk punt.
Gepost door: ekennaj op 14-06-2007 om 22:09
|
|
14-06-2007 - interview Roeland Stekelenburg
Roeland Stekelenburg was van eind 2003 tot begin 2006 adjunct-hoofdredacteur bij AT5. Sinds enkele maanden is hij hoofd nieuwe media bij de NOS. Een gesprek over de NOS als 24-uurs nieuwsorganisatie, de publieke taak van de publieke omroep en de veranderde taak van de journalist. "De tijd dat de journalist een hapklare brok maakte uit het enorme nieuwsaanbod is voorbij." In juni 2006 bent u van start gegaan als hoofd nieuwe media bij de NOS. Wat trof u aan? Roeland Stekelenburg: "De NOS is binnen het publieke domein de grootste op nieuws gerichte organisatie. De omroep heeft een groot potentieel en een journalistieke cultuur. Maar het is ook een organisatie die traditioneel gericht is op de oude media: televisie en radio. De afgelopen jaren is er een enorme operatie geweest die erop is gericht om crossmediaal te gaan werken. Dat gebeurt echter nog maar zeer ten dele. Vandaar ook mijn komst. We kunnen niet volstaan met het heruitzenden van ons materiaal op internet. Internet moet een volwaardig medium worden voor de NOS. Voor verschillende distributievormen heb je verschillende vormen van verslaggeving nodig. Ik moet nieuwe media bij de NOS de plek geven die het verdient." Hoe doet u dat? "Ik heb geen strijdplan dat ik punt voor punt afwerk. Ik zie mijn rol meer als een soort Haarlemmerolie. Het is belangrijk dat mensen de mogelijkheden gaan zien en benutten." Wat zijn die mogelijkheden in de praktijk? "Multimediaal werken betekent dat mensen die vroeger gewend waren om een radioreportage te maken, nu misschien ook iets voor internet moeten doen. Of dat de correspondent in Londen die eerst een reportage maakt voor het Journaal, zijn ruwe materiaal nu gebruikt voor een lange versie voor internet. Of dat een onderwerp dat buiten de Journaal-uitzending valt op de site wordt gezet. Dat is allemaal nog niet vanzelfsprekend. "Internet biedt allerlei nieuwe kansen. Nu moeten we bijvoorbeeld nog het verslag van een Kamerdebat aan het eind van de middag afbreken omdat de normale programmering weer doorgaat, maar het is natuurlijk ook mogelijk om de kijkers door te verwijzen naar internet waar de uitzending gewoon doorgaat. Je ziet dat die omslag in denken nu plaatsvindt." Zijn de werknemers bij de NOS overtuigd van het nut van multimediaal werken? "Ja. Het grootste deel van de mensen denkt multimediaal en snapt waar het heen gaat. Maar nog niet iedereen heeft de stap gezet om die ideeën in de praktijk te brengen. Dat heeft ook zijn tijd nodig. Het moet geen verplichting zijn voor werknemers. Ik probeer de mensen om me heen te verzamelen die het leuk vinden om met internet te werken." Het lijkt me lastig voor journalisten om allerlei nieuwe vaardigheden onder de knie te krijgen. "Ja, dat gaat niet vanzelf. In 1998 was ik de eerste Nederlandse verslaggever die met een DV-camera op stap ging en op een Apple filmpjes monteerde. Nog steeds is het lastig om een verslaggever te vertellen dat hij op zijn computer iets moet monteren. Maar over tien jaar zal dat de gewoonste zaak van de wereld zijn. Net zoals je je nu ook niet meer kunt voorstellen dat je geen e-mail hebt. Nieuwe vaardigheden worden langzaam gemeengoed." Bestaat er een verschil tussen generaties? "Voor jonge verslaggevers die hier nieuw binnenkomen, is het vanzelfsprekend om multimediaal te denken. Ze zijn opgegroeid met internet. Voor de oudere generatie ligt dat natuurlijk anders. Je kunt ook niet van mensen die tegen hun pensioen zitten, verwachten dat ze ingewikkelde nieuwe dingen gaan leren. Onze correspondent in Londen, Tim Overdiek, doet meer multimediaal dan Eddo Rosenthal." In elke organisatie waar dit soort veranderingen plaatsvinden, bestaat conservatisme. Hoe is dat bij de NOS? "Ook bij de NOS heb je mensen die redeneren dat een kijker naar de internetstream van de Haarlemse Honkbalweek 's avonds niet naar de samenvatting op tv zal kijken. Tegelijkertijd merk je ook dat de feedback van kijkers en luisteraars toeneemt door het internetgebruik." Wat is de belangrijkste verandering geweest voor de NOS de afgelopen jaren? "De NOS is bezig een 24-uurs nieuwsorganisatie te worden. Traditioneel had je een paar belangrijke ankers: het 6 Uur Journaal, het 8 Uur Journaal en het 10 Uur Journaal. Vroeger was het daarom vrij normaal om een scoop die je om 11 uur 's ochtends had tot 8 uur 's avonds stil te houden. Maar dat is niet meer van deze tijd. Op internet gaat het om snelheid. De beste nieuwssites hebben het nieuws het snelste. Dat geldt in toenemende mate ook voor televisie. De nieuwsbulletins die we overdag uitzenden, hebben de organisatie gedwongen om op een andere manier te denken." Gaan journalisten een steeds belangrijker rol spelen bij het maken van een selectie uit het enorme nieuwsaanbod? "Integendeel. De tijd dat de journalist een hapklare brok maakte uit het enorme nieuwsaanbod is voorbij. Kijkers en luisteraars hebben nu rechtstreeks toegang tot de informatie waar de journalist gebruik van maakt, buitenlandse media bijvoorbeeld. Dat betekent dat je zelf de keuze uit het nieuws kunt maken, daar heb je de journalist niet meer voor nodig." Toch maakt het 8 Uur Journaal nog altijd die keuze. "Televisie blijft traditioneel. De tijd en mogelijkheden zijn beperkt. De kijker van het 8 Uur Journaal verwacht ook dat Philip Freriks gaat vertellen wat er die dag is gebeurd, in volgorde van belangrijkheid. Op internet werken andere mechanismen. Niet het belangrijkste nieuws staat bovenaan, maar het laatste." Als het selecteren van nieuws minder belangrijk wordt, wat is dan wel de taak van de journalist? "De rol van de journalist wordt steeds meer het analyseren en duiden van nieuws. Als journalist moet je zorgen dat de gebruiker begrijpt dat een incident meer is dan dat, dat het altijd binnen een context past. Vergelijk het met een live verslag op tv van een grote gebeurtenis. Bij de moord op Theo van Gogh werkte ik bij AT5. Zulk nieuws dendert de hele dag door. Maar op een gegeven moment moet wel iemand bedenken dat je het nieuws moet samenvatten. Bij de kijker bestaat de behoefte aan een bulletin waarbij we twee stappen terugdoen en het nieuws proberen te duiden. "Het grote gevaar van 24-uurs journalistiek is dat de waan van de dag nog dominanter wordt. Vroeger was dat gevoel er alleen op de dagen dat de pleuris uitbrak, zoals bij de moord op Van Gogh, nu dreigt dat een soort permanente state of mind te worden. Kwaliteitsmedia moeten zichzelf daarom dwingen om af en toe een stap terug te doen en afstand te nemen." Commerciële concurrenten klagen wel eens over de overheidssteun aan de publieke omroep. Dat oneerlijke concurrentievoordeel van de publieke omroep geldt natuurlijk ook op internet. "Het is misschien ten dele het geval dat belastinggeld voor de publieke omroep de markt verstoort. Aan de andere kant doet de NOS veel dingen die in een commerciële omgeving nooit zouden kunnen. Op internet hebben wij bijvoorbeeld de algemene beschouwingen integraal uitgezonden. Een typisch publieke taak, die wij dus ook op internet serieus nemen. Ook besteden we veel tijd en geld aan innovatieve initiatieven. Van de kennis die we daarbij opdoen kunnen ook andere partijen gebruik maken. Wij hebben geen bedrijfsgeheimen en leven daar ook naar. Wij willen ons concentreren op innovatie zodat anderen daarvan kunnen profiteren. Laat ons die verliesgevende pilots maar doen." Zijn de nieuwe nieuwsbronnen op internet concurrentie voor de NOS? "Nee, dergelijke initiatieven zijn geen bedreiging voor de NOS. Als er niets aan de hand is, is het natuurlijk leuk om op GeenStijl gekke berichtjes te lezen, maar dat is geen concurrentie. Het belangrijkste kenmerk van de NOS is dat je ons kunt vertrouwen. We zijn gedegen, betrouwbaar, de informatie is gecheckt. Mensen associëren dat misschien af en toe met saai en belegen, maar op het moment dat het er echt toe doet – als ergens de pleuris uitbreekt – dan gaan mensen toch naar de NOS." Toch gaat het ook bij de NOS wel eens fout. Onlangs meldde Teletekst ten onrechte dat de burgemeester van Utrecht was overleden. (Lacht als een boer met kiespijn) "Dat was een foutje. Maar serieus: in elke organisatie gaat wel eens wat fout, maar wij proberen die fouten te beperken en ervan te leren. Het nieuws op internet en op Teletekst moet in dezelfde routine zitten als het tv-nieuws. Het verifiëren van berichten blijft ontzettend belangrijk. De NOS zal daardoor niet altijd de snelste zijn. Een ANP-bericht is voor ons niet altijd genoeg om te publiceren. Voor Nu.nl is dat wel het geval: die plaatsen dat gewoon één op één. De gemiddelde gebruiker kan niet goed het onderscheid maken tussen een serieus bericht en roddels en verzinsels. Daarom moeten wij heel zuinig zijn op ons merk en uiterst zorgvuldig te werk gaan. Juist in het internettijdperk." De internetversie van Teletekst is één van de best bezochte Nederlandse nieuwssites. Opmerkelijk. "Helemaal niet. Teletekst past juist heel goed bij deze tijd. Je ziet het ook aan Metro en Spits: er is een tendens dat mensen kort en snel nieuws willen." Is het succes van Teletekst niet een beetje zuur voor de redacteuren die lange verhalen voor de NOS-site schrijven? "Nee, dat is totale onzin. Dat is een totaal andere dienstverlening. Veel mensen willen alleen eerstelijns nieuws. Net zoals ik doordeweeks alleen de koppen scan en geen zin heb om de hele Volkskrant te lezen. In het weekend daarentegen vind ik het wel weer prettig om uitgebreid de krant te lezen." Krijgen jullie veel reacties van het publiek? "We krijgen heel veel reacties. Meestal gaan die over technische problemen en niet-werkende plug-ins." En hoe staat het met de inhoudelijke reacties? De NOS heeft een online forum. "Het risico van een forum is dat het in bezit wordt genomen door een bepaalde groep. Op het forum van de NOS is een clubje dat alles van de NOS klote vindt. Die vinden ons een links bolwerk. Dat mag je vinden, we leven in een vrij land." Blijkbaar voorziet het forum voor die mensen in een behoefte. "Er is duidelijk vraag naar de mogelijkheid om anoniem te chatten. Maar ik vraag me af of dat nou zo belangrijk is op de site van een nieuwsorganisatie. Door de anonimiteit van de gebruikers op ons forum hebben de reacties voor mij minder waarde. Ik neem iemand die belt en zich netjes voorstelt een stuk serieuzer dan iemand die anoniem blijft en zijn complete frustratie over ons uitstort. Aan dat laatste heb ik eerlijk gezegd niet zo'n boodschap. Als je vindt dat we het niet goed doen, zet dan ook je naam en telefoonnummer erbij." Op weblogs wordt ook van alles geroepen over de NOS. Volgt u die discussies? "Zeker, dat houd ik wel in de gaten, al zijn er geen vaste blogs die ik bezoek. Ik ben zo iemand die het leuk vindt om 's avonds nog een paar uur te surfen. Daardoor kan ik ook gevoel houden met wat er gebeurt. Het is leuk om die discussies te volgen. Webloggers zijn toch een andere generatie. Ik kan het me niet permitteren om het contact daarmee kwijt te raken."
* In het interview met Roeland Stekelenburg, wordt duidlijk naar voren gebracht wat nu precies de rol is geworden van de journalist, met de komst van internet. Hij geeft in zijn interview ook duidelijk weer waarom mensen de NOS wel vertrouwen op het gebied van nieuwsgeving. "Het belangrijkste kenmerk van de NOS is dat je ons kunt vertrouwen. We zijn gedegen, betrouwbaar, de informatie is gecheckt." aldus Roeland. Alles lijkt bij mij weer terug te vallen op de imago kwestie. Veel mensen zijn opgegroeid met de NOS, je kent elkaar dus al (of je denkt elkaar al te kennen) “Kijkers en luisteraars hebben nu rechtstreeks toegang tot de informatie waar de journalist gebruik van maakt, buitenlandse media bijvoorbeeld. Dat betekent dat je zelf de keuze uit het nieuws kunt maken, daar heb je de journalist niet meer voor nodig." De rol van de journalist wordt steeds meer het analyseren en duiden van nieuws. Als journalist moet je zorgen dat de gebruiker begrijpt dat een incident meer is dan dat, dat het altijd binnen een context past. Vergelijk het met een live verslag op tv van een grote gebeurtenis. Ik vind dat Roeland hier een goed punt maakt. We kunnen allemaal bij de informatie als het moet maar kunnen wij het ook zo analyseren? Dat wij de informatie kunnen vinden maakt ons nog geen journalist.
Gepost door: ekennaj op 14-06-2007 om 09:13
|
|
14-06-2007 - Helpt een code tegen onbetrouwbaarheid?
Helpt een code tegen onbetrouwbaarheid?
Anderhalve week geleden publiceerde Poynter, de Amerikaanse journalistenschool, een eerste aanzet van wat een beroepscode voor online journalistiek moet worden. Storm loopt het nog niet op de wiki. Vraag is: waar is dat eigenlijk voor nodig, zo’n richtlijn, voor wie doen we het, wat drijft de journalistiek? In de kern gaat het om betrouwbaarheid. Hoe betrouwbaar is internet? Het hangt er maar vanaf over welk deel van internet je het hebt. GeenStijl is minder betrouwbaar dan de gedigitaliseerde kerkrubriek van dagblad Trouw. En de online magazines Salon en Slate zijn gegarandeerd geloofwaardiger dan gossipblogger Matt Drudge, van wie eens is vastgesteld dat eenderde van zijn berichten waar is en nog eens een derde kwestieus; de rest is aperte apekool.
Het maakt uit van wie informatie afkomstig is. Journalisten claimen meestal dat hun berichtgeving zorgvuldig en betrouwbaar is, fair en onpartijdig. Wat journalistiek was en wat niet, was vroeger eenvoudig te zien. Journalisten verzamelden zich onder het logo van een medium, waarna zij zo betrouwbaar werden geacht te zijn als dat medium was. Een visitekaartje van NRC Handelsblad stond borg voor een zekere kwaliteit, een mate van betrouwbaarheid.
De bal moet tussen de palen
Op internet gaat dat anders. De mores van het medium wijken evenveel af van die van oude media als de spelregels van soccer verschillen van American football. Ja, we gaan sportief met elkaar om, er is een scheidsrechter en de bal moet tussen de palen, maar verder –. Nog ingrijpender is dat een oude, zich in zijn staart bijtende definitie (”journalistiek is wat journalisten in de media doen”) niet langer goed genoeg is. Op internet kan iedereen doen alsof hij journalist is; daar heb je geen krant, tijdschrift of omroep meer voor nodig.
De problematische betrouwbaarheid van online journalistiek was voor het Amerikaanse Poynter een van de redenen om nieuwe spelregels op te stellen, ethische guidelines voor digitale media. Op een wikisite schrijven journalisten samen aan die code, nadat een twintigtal gerespecteerde vakgenoten een half jaar geleden in een soort workshop wat uitgangspunten formuleerden. Het loopt nog geen storm op die wiki, trouwens. Zou de wereld minder zitten te wachten op die richtlijn dan Poynter dacht?
Desalniettemin is het een interessante poging, waarbij misschien twee fundamentele vragen moeten worden gesteld. De eerste is: wie bepaalt eigenlijk wat journalistiek moet zijn? Is die definitiekwestie voorbehouden aan journalisten? Lijkt me niet. Journalistiek is geen beschermd beroep. Nu steeds meer burgerjournalisten zich met dat vak bemoeien, moet allicht ook hun visie op de grenzen van de journalistiek worden meegewogen (hoe dat moet, of het zelfs maar mogelijk is, is een andere vraag).
Buitensluiten of incorporeren
Daar staat natuurlijk tegenover dat journalisten van oude media hun eigen belangen zullen willen beschermen, en zich minder bekommeren om de ethische beginselen van burgerjournalisten. Die zien ze eerder als een bedreiging voor hun goede naam, zoals kwakzalvers en charlatans de medische stand lastig vielen. Tezelfdertijd moeten ze wel rekening houden met die nieuwkomers, ongeveer zoals een oude huisarts moet bepalen hoe hij zich verhoudt tot homeopaten en acupuncturisten. (Waarmee ik niet wil beweren dat homeopaten kwakzalvers zijn; ook dat is een ander vraagstuk).
De tweede tamelijk fundamentele vraag is deze: heeft het überhaupt zin om een ethische code te bedenken voor online journalistiek? Trekken nieuwsconsumenten zich iets aan van die beginselen? En wie moet de code gaan handhaven? Zou de Raad voor de Journalistiek een rol kunnen hebben (de Raad doet nu al soms uitspraken over online media). In het ergste geval ontstaat er een code die zichzelf opnieuw in de staart bijt: van online journalistiek is sprake als de journalist zich aan de online code houdt. Zijn we dan iets opgeschoten?
Een journalistiek-ethische code die rekening wil houden met zelf nieuws producerende lezers, moet ook door die lezers worden gesteund. Het mag in elk geval niet zo zijn dat de journalistiek, waar die juist probeert de eigenaardigheden van nieuwe media te incorporeren, met een richtlijn louter bereikt dat burgerjournalisten worden buitengesloten. Als zo’n code een al te globaal monstrum wordt, waarin iedereen en dus niemand zich meer herkent, moeten we misschien teruggrijpen op de kracht van internet: waar is wat werkt, betrouwbaar is wat niet bestreden wordt.
* Vroeger was media nog een vaag begrip, iets wat nog niet tasbaar was voor ons. Het probleem nu is misschien het feit, dat we overal onze eigenwaarheid vandaan kunnen halen. Vroeger kreeg je van 1 bron de informatie, nu kunnen er wel honderde bronnen zijn, met allen een kern van waarheid. Maar wie zegt dat de informatie die we voorheen ontvangen wel betrouwbaar was. Toen hadden we nog niet de mogelijkheid om alles na te trekken, en geloofde je wat er verteld werd. Tegenwoordig geloof je alleen nog wat je zelf heb gezien of hebt gevonden/ondervonden.
Gepost door: ekennaj op 14-06-2007 om 00:59
|
|
14-06-2007 - lezer is de BAAS! http://www.frankwatching.com/archive/2005/10/28/de-lezer-is-de-baas/
De invloed van de lezer groeit, de webbezoeker is de baas. Maar hoe denkt de baas? Wat wil de baas? Hoe ervaren webbezoekers een site? Waarnaar kijken ze eigenlijk? Dit waren de belangrijkste onderwerpen die aan bod kwamen op het symposium ‘Nieuwe journalistiek voor nieuwe media’ op donderdag 27 oktober in de Universiteit van Leiden.
Dat een bezoeker een website heel anders ervaart dan een maker van dezelfde site, blijkt wel uit het voorbeeld wat Ben Vroom van Ben Vroom usability gaf. Hij liet een foto zien van een jong, geschminkt meisje tussen twee muren. Althans voor de mensen in de zaal betekende die foto niet meer dan dat. Hij, als maker, kent het meisje, en plaatst daardoor een context bij de foto. Zo is het ook bij een website, een maker heeft veel meer inhoudelijke kennis. Deze heeft de links op de website bijvoorbeeld ingedeeld in voor hem vertrouwde labels. Daarnaast overziet hij het scherm en weet wat er bij handelingen gaat gebeuren.
Verschillende sprekers op het symposium houden zich in hun dagelijkse praktijk bezig met onderzoek naar gebruiksvriendelijkheid van websites, onder andere Ben Vroom zelf. Bij zijn onderzoeken bezoekt een proefpersoon een site en krijgt daarbij vragen en opdrachten. De makers van de site kijken mee, terwijl de proefpersoon hardop moet denken. Drie testen blijken voldoende om de echte knelpunten op te sporen.
Menno de Jong (foto) richt zich bij zijn onderzoek meer op de makers van de sites. Waarom zien zij de moeilijkheden voor de gebruiker niet? Hij laat een filmpje zien van een tekst op een pagina bij ‘de dienst inburgering asielzoekers’ op een website van een gemeente. De tekst is van het soort Nederlands dat alleen een vergevorderde, ingeburgerde asielzoeker kan begrijpen. De zaal barst in lachen uit. Hoe kan het dat een maker dit niet door heeft?
Maar hoe denkt de baas? Met andere woorden: wat wil de lezer? ‘Inmiddels surft de lezer niet meer, maar hij zuigt leeg,’ zegt Rob Punselie (Content Kings, foto), organisator van het symposium, "door RSS kun je zonder probleem 200 websites volgen." Henk Blanken, adjunct hoofdredacteur bij het Dagblad van het Noorden, ontmoette onlangs een jongen die zei ‘het internet uit te hebben,’ deze jongen had een paar favoriete sites en geen zin meer om uren over het web te surfen.
De media zijn hard bezig zich aan de wens van de lezer aan te passen. En dat is nodig. Nieuws is alomtegenwoordig en is er altijd. Kranten zijn niet up to date, want nieuws verschijnt direct op het web en daar is het nieuws gratis.
‘Bestaande kranten worden geschreven en gelezen door babyboomers en zo houden ze elkaar als het ware in slaap,’ zegt Henk Blanken (foto). De hoogste tijd voor de kranten om zich aan te passen aan een breder publiek. De Volkskrant komt hun nieuwe doelgroep tegemoet met de Nieuwskraker. Dat wordt een virtuele contactpersoon die je kunt toevoegen aan je MSN-lijst en die je altijd het laatste nieuws brengt. ‘RSS is niet hetzelfde,’aldus Robert Jan de Heer, marketing manager new business bij de Volkskrant, ‘de helft van de mensen weet niet wat RSS is en wil wel het laatste nieuws horen’. Zoals P. Broertjes laatst al in de Volkskrant schreef: ‘De krant zal multimediaal zijn, of ze zal niets zijn.’
Het Dagblad van het Noorden maakt brengt sinds enkele weken het nieuws in het format van een weblog, en dat blijkt vooralsnog succesvol. Ook op de site van de Volkskrant is ruimte voor blogs. Worden weblogs nu eindelijk serieus genomen door de traditionele media? Leon de Wolff, auteur van De krant was koning, zegt daarover: ‘nieuwe media zijn niet onbetrouwbaarder dan de klassieke media. Blogs attenderen soms zelfs op onwaarheden van de klassieke media. Je hebt er sowieso geen idee van hoe je als journalist wordt gemanipuleerd door ‘spindoctors’ en regeringen. Je weet toch niet wat waar is en dat is het leuke van blogs.Wat is de nieuwe journalistiek voor de nieuwe media? Bestaat die al? De nieuwe journalistiek is nog in ontwikkeling volgens Peter Verweij, onderzoeker van internetjournalistiek, die met zijn uitspraak de moraal van het symposium als volgt samenvatte: ‘Nieuwe media zijn nog te veel georiënteerd op tekst. We moeten een nieuwe manier van verhalen vertellen leren, nieuws brengen met video, foto, geluid en tekst.’
* Dit artikel vind ik een prima voorbeeld, waarin verteld wordt hoe je het de gebruiker naar hun zin kunt maken. Met als doel het vertrouwen winnen. Ze proberen een postief imago te scheppen.
Gepost door: ekennaj op 14-06-2007 om 00:49
|
|
14-06-2007 - iemand googlen onbetrouwbaar
Iemand 'Googlen' onbetrouwbaar
donderdag 1 maart 2007 - Personeelsfunctionarissen maken steeds meer gebruik van internetzoekmachines als Google om extra informatie te zoeken over sollicitanten. Veel van de informatie die zij zullen vinden is onbetrouwbaar, zo blijkt uit een onderzoek dat de Safe Internet Foundation
heeft gehouden onder een internetpanel van 2400 Nederlanders naar persoonlijke informatie op internet.
Van de ondervraagden vindt 80 procent zijn naam terug op internet. Tweederde daarvan ziet daarbij ook informatie die helemaal niet op zichzelf slaat, maar op een ander. Ruim 10 procent kan zich niet vinden in het beeld dat anderen van hen via internet krijgen.
EPN, dat de uitkomsten van het onderzoek heeft gepubliceerd, zegt dat bij een zoektocht naar mensen op internet snel een slechte beeldvorming kan ontstaan en dat het risico op verwarring van persoonlijke gegevens steeds groter wordt. Navraag bij de persoon in kwestie blijft belangrijk.
Uit de studie blijkt dat mensen vaak na kennismaking met een ander via Google of andere zoekmachines kijken of zij meer informatie over de persoon in kwestie kunnen vinden. Ongeveer 27 procent doet dit bij zakelijke contacten en 15 procent bij privé-contacten.
Safe Internet Foundation is een onderdeel van EPN-Platform voor de Informatiesamenleving. Het internetpanel is volgens EPN representatief voor de Nederlandse bevolking.
* Ik vind het zeer opmerkelijk te noemen dat sollicitanten via internet worden na getrokken! Waar zijn de referenties op je CV dan goed voor? dicht bij de bron en dichter bij de waarheid, dat is mijn persoonlijke mening.
Gepost door: ekennaj op 14-06-2007 om 00:30
|
|
14-06-2007 - Negen geboden voor een Nieuwe Journalistiek
http://www.henkblanken.nl/?p=247
Oude media kennen geen groter goed dan hun betrouwbaarheid. Het maakt ze tot wat ze zijn: de poortwachters van de samenleving, de controleurs van de macht. Maar als het nu over de onbetrouwbaarheid van media gaat, gaat het meestal over nieuwe media. Dat is unfair en onverstandig, want oude media hebben op dit vlak een groter probleem dan nieuwe media.
Niet dat oude media onbetrouwbaarder zijn. Integendeel. Maar betrouwbaarheid is een afspraak. Het berust op perceptie, meer dan op feiten. Je bent zo betrouwbaar als het publiek denkt dat je bent. Het is een afspraak tussen twee partijen, die voortdurend bevestigd moet worden. Het is een imago dat bevochten moet worden. Het is een reputatie en soms een vooroordeel.
* Wat in de 2de alinea van dit stuk gemeld wordt kan ik me alleen maar helemaal bij aansluiten. Zoals ik eerde zelf al opgemerkt had, het gaat online over je imago, zorgen dat mensen je kennen of denken te kennen, vertrouwen winnen.
Gepost door: ekennaj op 14-06-2007 om 00:17
|
|
14-06-2007 - Historische informatie op internet onbetrouwbaar http://www.infeite.nl/2006/10/online_historis.html
Historische informatie op internet is onoverzichtelijk, heeft niet genoeg diepgang en is niet altijd betrouwbaar. Dat blijkt uit onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). Aan de andere kant waarderen gebruikers het grote aanbod, de permanente beschikbaarheid en de relatief lage kosten van de informatie.
* Wat in de laatste zin van de eerste alinea staat lijkt mij een duidelijk antwoord waarom we zoveel gebruik maken van informatie online. Ergens weten we allemaal we dat de informatie die we tegenkomen niet allemaal even juist is maar, je kan er veel over vinden, het is altijd binnen handbereik, het is snel en makkelijk en goedkoop.
Gepost door: ekennaj op 14-06-2007 om 00:00
|
|
13-06-2007 - wat is nog internetjournalistiek?
wat is nog internetjournalistiek? Een site die de afgelopen jaren de pretentie had betrouwbaar te zijn, is dat geweest. Het aantal journalistieke canards, of de vermenging van redactie en commercie is in de internetjournalistiek geen dagelijkse praktijk. Niet meer dan in de kranten- of tijdschriftenbranche. Internetjournalisten zijn niet gemakkelijk omkoopbaar, slordiger of dommer. Het is niet de zien waar de bewering van het tegendeel op zou moeten steunen. Toch is er een voor de hand liggend probleem. De vraag naar de betrouwbaarheid van de internetjournalistiek zou moeten luiden: wat zijn de journalistieke sites? Merken als het NOS-Journaal, het Algemeen Dagblad en HP De Tijd zijn breed genoeg bekend om niet meteen moeilijk te doen over het waarheidsgehalte van een artikel of item. En ook de sites van die traditionele nieuwsmedia zullen niet lijden onder de aanvretende twijfel van de nieuwsconsument. Een artikel uit de Volkskrant wordt niet ineens minder geloofwaardig als het op www.volkskrant.nl verschijnt. Het probleem van de betrouwbaarheid op het internet is het probleem van de veelheid en de jonge leeftijd van het medium. Specifiek internetgerelateerde journalistieke merken zijn bij het grote publiek nog niet zo ingesleten dat men direct weet met een journalistieke site te maken te hebben. Bovendien zijn er zoveel meer sites dan kranten of omroepen, dat de kans online aanmerkelijk groter is naar een onbekende titel te kijken. Dan is het zintuig van het vertrouwen even verdwaald, en zoekt steun bij andere factoren: professionaliteit van lay-out en schrijfstijl, verschijningsduur, de lengte van het colofon of de status van de adverteerder. In die afweging gaat het bij - vooral minder ervaren -internetters soms mis. Te meer omdat er geen officieel gemeten oplagecijfers bekend zijn. Dat is niet alleen een groot probleem voor adverteerders op het net, maar ook voor de lezer. Als een e-zine 100.000 e-mailadressen in het bestand heeft, is het toch weer een belangrijke aanwijzing in het labyrint van de zekerheid. De vraag zou dus niet moeten luiden: 'is internetjournalistiek onbetrouwbaar?' maar 'heeft de onbekende site waar ik naar zit te kijken wel de pretentie journalistiek of waarheidslievend bezig te zijn?'.
*Het imago en of mensen weten wie je bent is dus een belangrijk gegeven als het gaat om de betrouwbaarheid van de informatie die je op het net tegen komt. Heel simpel, wat de boer niet kent eet hij niet. Mensen hebben minder vertrouwen in de informatie van een onbekende als dat van een bekende, wat heel logisch is want vertrouwen moet je winnen, zo is het in het leven, en zo gaat het ook online.
Gepost door: ekennaj op 13-06-2007 om 23:49
|
|
13-06-2007 - Internet als onbetrouwbaar medium Internet als onbetrouwbaar medium "Internet is een nieuw medium waarvan de betrouwbaarheid twijfelachtig is" merkte mediasocioloog Jan van Dijk in de Volkskrant van januari 2000 op. Hij plaatste zich daarmee in een complete traditie van critici die het internet maar een rommeltje van moeilijk te geloven teksten vindt. De discussie duurt tot op de dag van vandaag voort (recent nog in een debat onder journalisten 18 juni 2003 in de Balie), maar blijkt elke keer weer te leiden onder dezelfde spraakverwarring: als critici spreken over betrouwbaarheid en internet lijken ze er voortdurend van uit te gaan, dat het weinig verschil uitmaakt of je het hebt over een forum van 14-jarige Britney Spearsfans of de site van de NRC. Het is internet, en daarmee per definitie onbetrouwbaar. De journalistieke werkelijkheid van alledag laat op het eerste gezicht een veel genuanceerder beeld zien. Uit het onderzoek ' Nieuwe journalisten door nieuwe bronnen' (2002) van Bikker, de Radboud Universiteit Nijmegen en de NVJ blijkt dat slechts 17% van alle journalisten de informatie van internet zo onbetrouwbaar vindt dat ze die nooit direct gebruikt. De achtergrond van dat lage percentage is duidelijk: journalisten van alle media koppelen zekerheid direct aan het soort website. Nieuwsmedia op het net, sites van overheidsinstanties en internationale instanties scoren hoog op de schaal van betrouwbare bronnen. Sites van bedrijven, chatsites en nieuwsgroepen worden daarin beduidend lager gewaardeerd. Wat voor de kritische groep journalisten geldt, zal in alle waarschijnlijkheid voor nieuwsconsumenten al niet veel anders zijn: een internetsite is over het algemeen betrouwbaar als de redactie die pretentie heeft. Spreken over internet als een onbetrouwbaar medium is niet alleen een hopeloos onnauwkeurige stelling zonder veel inhoud, maar bovendien een onderschatting van het onderscheidingsvermogen van de nieuwsconsument. De internetter die stelselmatig niet gelooft wat er op de site van Nu.nl of van Omroep.nl staat, behoort tot een exotische minderheidsgroepering.
* Het feit dat iedereen toegang heeft tot internet, zou volgens mij een rede zijn waarom het internet een stuk onbetrouwbaarder is geworden. Zie het voorbeeld in de tekst hierboven,
Iedereen die toegang heeft tot internet, kan zijn of haar ideeën makkelijk op het web zetten. Als het zo makkelijk gaat dan wordt de twijfel groter, is alles wat er gezegd wordt wel de waarheid, of willen we het mooier maken dan het is? En hoe betrouwbaar is het nieuws op het net? Slechts 17% van alle journalisten vind de informatie van internet zo onbetrouwbaar dat ze die nooit direct gebruikt. Nieuwsmedia op het net, sites van overheidsinstanties en internationale instanties scoren hoog op de schaal van betrouwbare bronnen
* persoonlijke visie op tekst
Gepost door: ekennaj op 13-06-2007 om 23:41
|
|
13-06-2007 - internet een onbetrouwbaar medium? Internet is vandaag voor de meeste mensen onlosmakelijk verbonden met hun dagelijkse leven. Wereldwijd beschikt niet minder dan 500 miljoen mensen over een internetaansluiting. Een belangrijk deel van onze bevolking gebruikt het Internet voor zijn informatievoorziening. Om aan onze informatiebehoefte te voldoen bestaan er verschillende bronnen. Maar wie verteld ons dat deze bronnen oprecht zijn?
Internet wordt steeds vaker gezien als een onbetrouwbaar medium, is dit zo en hoe weten we wat oprecht is?
Gepost door: ekennaj op 13-06-2007 om 23:30
|
|
|